Angst hebben we nodig, angst waarschuwt ons voor gevaar, verhindert dat wij te grote risico’s nemen en zorgt ervoor dat we in kritieke situaties snel kunnen handelen.
Angst is een overlevingsmechanisme.
Kinderen oefenen instinctief om te leren omgaan met angst. Vb. verstoppertje.
Angst, aanvallen of vluchten.
Angst zorgt ervoor dat je lichaam in staat is om ongekende prestaties te leveren.
Als angst toeslaat gebeuren er 3 dingen met je:
Angst moet je niet uit je leven bannen, je moet er op het juiste moment gebruik van maken.
Problemen komen pas als de angst niet op de taak zelf gericht is, maar op de mogelijkheid te zullen falen.
We spreken van faalangst als de angst niet zozeer slaat op wat je nu moet doen, maar op de kans of de zekerheid dat het zal mislukken.
Elke dag krijgen kinderen vele opdrachten, soms als vraag, soms als bevel. Ieder kind wil aardig gevonden worden en zal dus meestal proberen de opdrachten uit te voeren vb. ruim je kamer even op, kam je haren, poets je tanden, maak je huiswerk enz.
Een kind kan niet altijd even makkelijk controleren of de opdracht goed uitgevoerd is.
Zes basisopdrachten die een bijdrage leveren aan faalangst en onzekerheid zijn:
Als een kind last heeft van faalangst, is het goed na te gaan welke opdrachten je onbewust geeft of gaf, dan kun je ze beter vermijden.
Of deze opdrachten meewerken aan het ontstaan van faalangst ligt aan de manier waarop het kind ermee omgaat.
Niemand ontvangt graag kritiek op zijn manier van doen.
Helaas zijn veel mensen eerder tot negatieve dan tot positieve opmerkingen geneigd.
Vb. jammer dat die 6 geen 7 is.
Een kind dat hiermee te maken heeft kan last krijgen van faalangst als het vanuit zijn aanleg daar een zekere gevoeligheid voor heeft ontwikkeld.
Vb. als vader steeds het bandplakken overneemt omdat het te lang duurt, kan het kind gaan denken: "Ik kan dit niet."
Soorten faalangst
Klik hier voor informatie hoe ouders faalangst kunnen herkennen.
Klik hier voor de Beter Omgaan met Faalangst-training.
Klik hier om contact op te nemen.