Jongerenpraktijk De Kaardebollen

Wat is faalangst en waar komt faalangst vandaan?
Iedereen kent faalangst.
De meeste mensen hebben geleerd om met faalangst om te gaan, zij zetten deze angst om in prettige spanning die de concentratie verhoogt.
Faalangst komt in veel gezinnen voor.

Angst hebben we nodig, angst waarschuwt ons voor gevaar, verhindert dat wij te grote risico’s nemen en zorgt ervoor dat we in kritieke situaties snel kunnen handelen.
Angst is een overlevingsmechanisme.
Kinderen oefenen instinctief om te leren omgaan met angst. Vb. verstoppertje.

Angst, aanvallen of vluchten.
Angst zorgt ervoor dat je lichaam in staat is om ongekende prestaties te leveren.

Als angst toeslaat gebeuren er 3 dingen met je:

  • aanvallen of vluchten
  • klaar voor krachtige actie
  • blokkade van het normale denkvermogen
  • Angst moet je niet uit je leven bannen, je moet er op het juiste moment gebruik van maken.
    Problemen komen pas als de angst niet op de taak zelf gericht is, maar op de mogelijkheid te zullen falen.

    We spreken van faalangst als de angst niet zozeer slaat op wat je nu moet doen, maar op de kans of de zekerheid dat het zal mislukken.
    Elke dag krijgen kinderen vele opdrachten, soms als vraag, soms als bevel. Ieder kind wil aardig gevonden worden en zal dus meestal proberen de opdrachten uit te voeren vb. ruim je kamer even op, kam je haren, poets je tanden, maak je huiswerk enz.
    Een kind kan niet altijd even makkelijk controleren of de opdracht goed uitgevoerd is.

    Kaardebollen150Zes basisopdrachten die een bijdrage leveren aan faalangst en onzekerheid zijn:

  • Doe je best
  • Doe me een plezier
  • Flink zijn
  • Schiet op
  • Wees toch spontaan
  • Wees perfect

    Als een kind last heeft van faalangst, is het goed na te gaan welke opdrachten je onbewust geeft of gaf, dan kun je ze beter vermijden.
    Of deze opdrachten meewerken aan het ontstaan van faalangst ligt aan de manier waarop het kind ermee omgaat.

    Niemand ontvangt graag kritiek op zijn manier van doen.
    Helaas zijn veel mensen eerder tot negatieve dan tot positieve opmerkingen geneigd.
    Vb. jammer dat die 6 geen 7 is.
    Een kind dat hiermee te maken heeft kan last krijgen van faalangst als het vanuit zijn aanleg daar een zekere gevoeligheid voor heeft ontwikkeld.
    Vb. als vader steeds het bandplakken overneemt omdat het te lang duurt, kan het kind gaan denken: "Ik kan dit niet."

    Soorten faalangst

    1. Cognitieve faalangst
      1. Uit het hoofd leren.
      2. Begrijpen.
      3. Toepassen van kennis.
      4. Tekst verklaren, enz.
    2. Sociale faalangst
      1. Angst om afgewezen of negatief beoordeeld te worden door groepen die belangrijk zijn voor de persoon. Als deze angst om te mislukken overheerst, raken je sociale vaardigheden geblokkeerd.
      2. Anderen begrijpen je gedrag niet en gaan mogelijk negatief reageren.
      3. Vooral pubers willen "erbij horen".
      4. Voor jongeren is het vervullen van deze behoefte een extra belangrijke taak, omdat zij hun eigenheid, hun identiteit, opbouwen en afmeten door vergelijking en confrontatie met anderen, vooral leeftijdgenoten.
    3. Motorische faalangst
      1. Angst om fouten te maken in het uitvoeren van lichamelijke handelingen, waardoor de vaardigheid geblokkeerd raakt.
    4. Mengvormen
        Natuurlijk kunnen er ook meerdere vormen voorkomen bij uw kind.
        Vb. praktijkvak, bij maaltijd serveren:
        1. Vergeten hoe bestek gerangschikt moet worden (Cognitief).
        2. Bang zijn dat gasten negatief oordeel vormen (Sociaal).
        3. Gespannen worden en met soep opscheppen gaan morsen. ( Motorisch).

    Klik hier voor informatie hoe ouders faalangst kunnen herkennen.
    Klik hier voor de Beter Omgaan met Faalangst-training.
    Klik hier om contact op te nemen.


  • Statistieken